Feedback
x

Feedback

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Kan Mats met zijn dyslexie wel worden wat hij wil?

09 juli 2018

De diagnose, een gesprek verteld vanuit een RID behandelaar.

De moeder die tegenover mij zit om te horen of haar zoon dyslexie heeft of niet, heeft geen makkelijke tijd achter de rug. Ze is sinds een jaar alleenstaand, na de scheiding van haar man. Haar zoon heeft last gehad van de onrustige thuissituatie toen zij nog een gezin waren. Haar zoon, we noemen hem Mats, is een jongen met een open blik die zijn vertrouwen in mensen weer probeert op te bouwen. Hij is gek op de natuur en dieren en wil later bioloog worden, net als Freek Vonk. Op school doet hij het best goed, haalt goede cijfers voor topografie en geschiedenis. De leerkracht ziet dat hij goed werkt als hij zich ergens voor interesseert. Als het zijn interesse niet heeft, dan heeft hij veel aansturing nodig. Dat is voor een leerkracht lastig, maar zeker ook voor Mats. Want Mats wil wel, maar kan het soms niet opbrengen.

Mats heeft dyslexie, vertel ik aan moeder. Ik zie aan haar houding dat dit niet als een verrassing komt, het lijkt haar op te luchten. Haar schouders zakken 5 centimeter naar beneden en haar ogen ontspannen zich. “Hoe gek het ook klinkt, zegt ze, maar ik ben blij dat hij dyslexie heeft.”  Dat geeft een verklaring waarom het lezen en spellen zo moeilijk voor hem blijft, ook al kan hij andere dingen wel goed. Als ik haar de uitkomsten van de testen vertel en uitleg, wordt het haar langzaam steeds duidelijker hoe frustrerend de lees- en spellingmoeilijkheden voor Mats zijn. Hij zit in groep 5 en leest op het niveau van een leerling uit eind groep 3. Daarbij is hij een slimme jongen; hij hoeft doorgaans weinig moeite te doen om informatie die hij hoort en ziet op te slaan en te verwerken.

Ik vertel haar dat Mats zich goed heeft ingezet tijdens het onderzoek. Ook wil ik haar mijn andere observaties vertellen, maar ben zoekende naar woorden. Dat zeg ik ook. “Vertel maar zoals het is”, zegt ze. Mats heeft soms wat uitdagend gedrag laten zien, geef ik aan, alsof hij mij wilde testen of ik wel te vertrouwen ben.  “Dat herken ik wel”, zegt moeder. “Dat doet hij bij mij ook.” Mats heeft in een onveilige situatie geleefd en wil weten of zijn moeder veilig is voor hem. Daarom daagt hij haar uit en raakt soms over zijn toeren. Moeder weet nu hoe ze daar mee om moet gaan; ze laat hem uitrazen of neemt hem in haar armen. Daarna kan er worden gepraat. Er verschijnen tranen in haar ogen.  Ze zegt dat ze eerder wel tegen zijn gedrag in ging en dat Mats zijn frustraties vast ook met school te maken hadden.

Voordat we het gesprek beëindigen zegt moeder; “Ik heb nog een laatste vraag, misschien wel de moeilijkste te beantwoorden vraag. Kan Mats met zijn dyslexie wel worden wat hij wil?” Ik zie in een flits zijn gezicht voor me, toen hij mij de quizvragen voorlas die hij voor zijn spreekbeurt aan de klas wilde gaan stellen. Die gingen over slangen. Ik weet nu dat angst voor slangen Ofidiofobie heet. En dat zijn moeder de hele spreekbeurt, inclusief powerpoint en quizvragen voor hem heeft gemaakt. Op een avond, toen de kinderen in bed lagen. Ik denk aan de posters van het RID, waarop een kind naast een ruimteraket is te zien met de tekst: ik word later astronaut.

NATUURLIJK!, denk ik. Wie zijn wij om de dromen van kinderen af te pakken? Ik vertel haar dat kinderen zich nog zo verrassend kunnen ontwikkelen. Dat als je 10 jaar verder bent, denkt, heb ik me daar nu zo veel zorgen om gemaakt? Ja, het is belangrijk dat Mats zijn lees- en spellingvaardigheden kan verbeteren, maar dat hoeft zijn toekomst gelukkig niet te belemmeren. Hoop en vertrouwen, dat is wat telt.  En idolen zoals Freek Vonk, die zich ook nergens door laten weerhouden!

RID bij jou in de buurt

Postcode of plaatsnaam
Gebruik mijn huidige locatie