Ouderwijs | Wat betekent het om dyscalculie te hebben?
Voor veel kinderen is rekenen een vaardigheid die vanzelf groeit. Maar voor sommige kinderen levert het elke dag stress, frustratie en twijfel op. In deze podcastaflevering over dyscalculie vertellen Cato Arends en Anniek Vaessen (onderzoeker dyscalculie) openhartig over deze vaak onbegrepen leerstoornis.
Dyscalculie is niet iets waar een kind overheen groeit. Het vraagt om begrip, tijd en de juiste begeleiding.
Wat is dyscalculie?
Dyscalculie is een hardnekkige rekenstoornis. Het betekent niet dat een kind niet intelligent is of niet hard genoeg werkt. Het betekent wél dat het brein moeite heeft met het verwerken en begrijpen van getallen.
Bij dyscalculie verloopt vooral de koppeling tussen hoeveelheden, getallen en rekentaal anders dan bij andere kinderen. Daardoor kost zelfs eenvoudige rekenstof veel meer energie.
Hoe voelt het om dyscalculie te hebben?
- ze een uur uitleg krijgen in een klein groepje, maar het weer kwijt zijn zodra ze gaan zitten;
- ze paniek of lichamelijke spanning voelen zodra rekenen begint;
- getallen draaien of door elkaar lopen, vooral bij grotere getallen;
- ze rekenstrategieën moeilijk onthouden;
- ze zich dom voelen, terwijl dat absoluut onterecht is.
Kenmerken van dyscalculie
1. Hardnekkige rekenproblemen
Ondanks extra uitleg, oefenen of bijles beklijft de stof niet. Wat gisteren nog lukte, is vandaag vaak weer weg.
2. Problemen met basisbewerkingen
Optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen blijven lastig, zelfs na veel oefenen.
3. Zwak getalbegrip
Kinderen hebben moeite met:
-
-
- het plaatsen van getallen op volgorde,
- het herkennen van tientallen en eenheden,
- het begrijpen van hoeveelheden (bijvoorbeeld: hoeveel is 6?).
-
4. Moeite met het lezen en opschrijven van getallen
In het Nederlands worden getallen anders uitgesproken dan in andere talen (“honderdvierenzeventig”). Kinderen met dyscalculie schrijven dan bijvoorbeeld 147 als 174.
5. Verwarring bij grotere sommen en verhaalsommen
Ze weten niet goed welke stappen ze moeten zetten of welke som er eigenlijk hoort bij de vraag.
6. Langzaam rekenwerk of veel fouten onder tijdsdruk
Tijdstress zorgt voor blokkades: fouten stapelen zich op.
7. Fysieke en emotionele reacties
Rekenangst, spanning, misselijkheid en faalangst komen vaak voor.
8. Problemen in het dagelijks leven
Denk aan: klokkijken, reisplanning, wisselgeld berekenen, percentages in winkels, spelletjes met cijfers of dobbelstenen.
Wat kun je als ouder doen? Tips van Cato en Anniek
Tips van Anniek
1. Trek op tijd aan de bel
Zie je dat rekenproblemen blijven aanhouden? Ga met school in gesprek.
2. Laat je goed informeren
Lees over dyscalculie, kijk welke signalen je herkent en vraag advies bij gespecialiseerde instituten.
3. Wees volhardend
Ook als school twijfelt: ouders hebben géén toestemming van school nodig voor onderzoek.
4. Let op het sociaal‑emotionele stuk
Boosheid, vermijding of terugtrekgedrag komt vaak voort uit angst. Bespreek dat met school en zoek naar ondersteuning.
Tips van Cato
1. Laat je kind voelen dat het niet dom is
Dit is het allerbelangrijkste. Dyscalculie zegt niets over intelligentie.
2. Blijf rustig en begripvol
Zeg niet: “Dit is toch niet zo moeilijk?” Dat vergroot de druk en onzekerheid.
3. Vraag door en toon interesse
Vraag wat er moeilijk is en waarom het niet lukt. Dat geeft ruimte voor eerlijkheid.
4. Dwing niet en schreeuw niet
Frustratie helpt niet. Veiligheid en vertrouwen wel.
5. Focus op de sterke kanten van je kind
Creativiteit, taal, sociaal inzicht, nieuwsgierigheid—veel kinderen met dyscalculie hebben juist sterke niet‑numerieke talenten.
Waarom wordt dyscalculie vaak gemist?
Dyslexie is op scholen veel bekender. Dyscalculie minder. Leerkrachten weten vaak niet precies wanneer een rekenprobleem een stoornis wordt. Daarnaast wordt diagnostiek voor dyscalculie niet vergoed, waardoor scholen minder duidelijke procedures hebben.
Cato’s verhaal laat zien hoe scholen soms jarenlang worstelen zonder het probleem echt te herkennen.