Dyscalculie: wat gebeurt er in de hersenen?
Leren rekenen
Echt rekenen leer je in groep 3. Maar al ver voordat een kind begint met leren rekenen is het al met getallen bezig. Zelf kleine baby’s hebben al een ‘gevoel’ van wat meer en minder is.
Tellen
Als je als kind op de kleuterschool komt, dan leer je tellen. Je leert dat je het getal ‘6’ uitspreekt als /zes/. Maar je moet ook leren dat dat getal ‘6’ een waarde heeft; dat woordje zes hoort namelijk bij 6 appels, of 6 peren, of 6 vingers, of 6… noem maar op.
Je hersens moeten dus leren om die drie dingen met elkaar te koppelen: het getal (6) met het woord (zes) en de hoeveelheid (‘6 appels’). Bovendien moeten je hersenen leren dat 6 meer is dan 5, en minder is dan 7, dus dat getallen in een volgorde staan.
Pas als je hersenen die dingen geleerd hebben, zijn ze er klaar voor om te leren rekenen (bijvoorbeeld uitrekenen wat 6+2 is, of 13-5). En pas wanneer je hersenen geleerd hebben om plus- min-, keer- en deelsommen uit te rekenen, kunnen ze ook moeilijkere dingen begrijpen, zoals met geld rekenen, klokkijken, of met maten rekenen.
Zie het als een soort toren van blokken. De onderste bouwstenen zijn de getallen, daarboven komen de blokken met de rekensommen, en daarboven komen weer de blokken met de moeilijkere taken.
Wat gaat er mis bij iemand met dyscalculie?
Bij dyscalculie gaat het vaak mis bij die onderste bouwstenen: de getallen. De hersenen hebben meer moeite te leren welk getal nu bij welke hoeveelheid hoort, of welk getal meer of minder is. En daarom kost het leren rekenen ook moeite.
Denk maar aan de toren: wat gebeurt er als de onderste bouwstenen niet stevig zijn? Juist, die toren valt om. Of hij staat in elk geval heel hard te wankelen.
En dat gebeurt ook bij het rekenen: de rekentoren is nogal wankel bij iemand met dyscalculie. Je kunt dan hard proberen om bijvoorbeeld goed en snel sommetjes uit te rekenen, of te leren klokkijken. Maar omdat die onderste bouwstenen niet stevig genoeg zijn, blijft dat moeilijk.
Wat kun je doen aan dyscalculie?
Dyscalculie hebben kan lastig zijn. Maar door veel te oefenen worden de bouwstenen van die rekentoren weer steviger. En daardoor wordt de rest ook makkelijker; de toren wordt weer stabieler.
Hoe werkt dat dan in ons brein? Belangrijk is te weten dat hersenen heel ‘flexibel’ zijn. Dit betekent dat ze altijd blijven veranderen en groeien, hoe jong of oud je ook bent. Het is dus niet zo dat als je nu ergens niet goed in bent je dat dus nooit kunt leren.
De ontwikkeling van de hersenen kan een beetje vergeleken worden met het aanleggen van wegen. Informatie verloopt eerst vaak via allerlei kleine weggetjes (‘zandweggetjes’), maar als je veel oefent worden de wegen steeds breder. In plaats van zandweggetjes krijg je dan steeds meer hoofdwegen en de routes worden hierdoor steeds duidelijker, sneller en makkelijker.
Bijvoorbeeld: de eerste keer dat je leert dat bij het getal ‘8’ en woord ‘acht’ hoort is er nog maar een klein ‘zandweggetje’ gelegd en moet je vaak lang nadenken over het juiste antwoord. Maar door veel te oefenen kun je ervoor zorgen dat die weg steeds breder en sneller wordt. Dan kun je snel en zonder moeite het juiste woord bij een cijfer noemen.
Doordat die routes steeds breder en sneller worden, wordt het rekenen ook steeds makkelijker. Ook als je dyscalculie hebt: het kost dan misschien meer moeite om die hoofdwegen aan te leggen, maar met veel oefenen op de juiste manier lukt dat wel.
Dyscalculiebehandeling bij RID
Bij RID zorgen we er samen voor dat de bouwstenen van het rekenen steviger worden. Kinderen leren beter met getallen om te gaan én leren hoe je sommen beter kunt uitrekenen, zodat het rekenen minder moeite kost. Alles op het tempo van het kind, zodat die alles goed begrijpt.
We oefenen tijdens de les en thuis met allerlei materialen (zoals eierdozen, staafjes en blokjes, getallenlijnen) om het kind zo goed mogelijk uit te leggen wat we nu eigenlijk doen als we aan het rekenen zijn. Door alles met materiaal goed uit te leggen, krijgt je kind steeds meer inzicht in het rekenen en leert het om goede strategieën toe te passen bij het uitrekenen van een som.
Wat kan RID voor jullie betekenen
Met een diagnostisch onderzoek kunnen wij vaststellen of er inderdaad sprake is van dyscalculie. Met een dyscalculie verklaring krijgt je kind recht op meer tijd voor het maken van toetsen bij vakken waarbij rekenen een rol speelt. Ook krijgt school advies hoe ze je kind het beste kunnen helpen.
Daarnaast bieden wij ook behandeling voor dyscalculie. Met een specialistische behandeling kunnen wij je kind vooruit helpen, in vaardigheid én zelfvertrouwen.
Een behandeling is eventueel ook mogelijk zonder voorafgaand diagnostisch onderzoek. Er vindt dan een kort rekenonderzoek plaats aan het begin van de behandeling.