Aandachtspunten bij doublures voor doorverwijzing naar dyslexieonderzoek
Om goed de achterstand van een leerling te kunnen bepalen, is het belangrijk om gebruik te maken van de juiste normgroep bij het omzetten van de ruwe scores naar normscores. Bij een leerling die is blijven zitten is dit lastiger, omdat zijn didactische leeftijd (DL) verschilt met die van andere leerlingen in de groep. In de Richtlijn Omgaan met doublures bij de screening voor toegang tot vergoede zorg (Dyslexie Centraal) staat beschreven hoe er rekening gehouden kan worden met een doublure bij een vermoeden van dyslexie.
Leerlingvolgsysteemtoetsen zijn zo geconstrueerd dat toetsen voor een bepaald domein voor verschillende leerjaren dezelfde onderliggende vaardigheid meten. Daardoor kan bijvoorbeeld de vaardigheid van een leerling uit groep 4 vergeleken worden met de vaardigheid van een leerling uit groep 5, terwijl deze leerling nog niet het aanbod van groep 5 gehad heeft.
Bij doubleren telt de (didactische) leeftijd door. Als een leerling doubleert, heeft deze een jaar langer leesonderwijs gehad dan zijn groepsgenoten. Het is hierdoor eerlijker om bij het technisch lezen de score te vergelijken met die van leeftijdsgenoten in plaats van met die van groepsgenoten. Je kiest dus de normgroep van een jaar hoger (let op: neem bij leerlingen die groep 3 doubleren dan wel alle drie de kaarten van de DMT af).
Bij het spellen verschillen de toetsen per groep, maar de gemeten spellingvaardigheid is gelijk en wordt uitgedrukt in de vaardigheidsscore. Daarom neem je de toets van de huidige groep af en vergelijk je de vaardigheidsscore met die van een groep hoger.
Waarom is juiste meting zo belangrijk?
Indien de doublure niet wordt meegerekend, lijkt het net alsof er geen of minder achterstand is, terwijl de leerling wel meer onderwijs heeft gehad en niet zonder reden een jaar doubleert. Wanneer de leerling in vergelijking met leeftijdsgenoten wél vooruitgang laat zien (één of twee niveaus), dan is de doublure doeltreffend geweest. De achterstand is verkleind en er lijkt geen sprake van dyslexie. Als er ten opzichte van leeftijdsgenoten een achterstand blijft bestaan, komt de leerling in aanmerking voor extra instructie en begeleiding. Het is dan van belang om hulp op het juiste ondersteuningsniveau te blijven bieden. Indien er scores bij de onderste 10% behaald blijven worden ondanks extra begeleiding (en er ook aan de andere criteria wordt voldaan voor (vergoed) dyslexieonderzoek), kan de leerling worden aangemeld. Meer over de criteria en het aanmelden vind je op deze pagina.
Vragen of sparren over een leerling?
Heb je naar aanleiding van dit artikel nog vragen, of wil je sparren over een specifieke leerling? Neem dan gerust contact op met de onderwijsadviseur in jouw regio. Zij helpen je graag verder.