Intelligentie en dyslexie: invloed en diagnose
Gelden er andere eisen of een ander voortraject voor leerlingen met een hoog IQ? Het korte antwoord is ‘nee’. De richtlijnen voor het aannemelijk maken van het vermoeden van dyslexie (zie ook de leidraad op de website van Dyslexie Centraal) gelden voor alle leerlingen, ongeacht het IQ.
Voortschrijdend inzicht
Het kan zijn dat je in het verleden anders hebt meegemaakt. Vroeger redeneerden we namelijk vanuit de gedachte dat slimme kinderen beter kunnen lezen en dat een (laag)gemiddelde leesvaardigheid voor hen dus al een soort van achterstand is. Andersom vonden we de achterstanden van leerlingen met een lager IQ niet zo betekenisvol, omdat de verwachtingen qua leesvaardigheid sowieso al een stuk lager waren. Kortom, intelligentie werd meegenomen in de beoordeling van wel of geen leesachterstand.
Die manier van denken hebben we losgelaten. Inmiddels weten we dat hoe goed iemand de leestechniek beheerst nauwelijks samenhangt met intelligentie. Wanneer kinderen met een lagere intelligentie geen andere duidelijke belemmeringen hebben die het leren in de weg staan (zoals met concentratie of geheugen), dan kunnen zij vaak verrassend goed leren lezen. Daarnaast bestaat er niet zoiets als ‘excelleren op technische leesvaardigheid’. Dus hoewel hoogbegaafde leerlingen op heel veel fronten kunnen excelleren, is technisch lezen er daar niet één van.
Uiteraard speelt intelligentie wel een rol in de niet-technische aspecten van het lezen. Zo ontwikkelen hoogbegaafde leerlingen zich vaak wel sneller bij het lezen van teksten en presteren ze beter op leesbegrip. Dit komt niet door techniek, maar door context. Ze hebben betere taalvaardigheden en kennis van de wereld. Dit helpt hen woorden sneller te ontsleutelen, omdat ze makkelijker kunnen voorspellen wat er staat. Ook kunnen ze de inhoud van teksten eerder in een breder kader plaatsen en daardoor sneller tot begrip komen.
Soms worden leesproblemen bij slimmere leerlingen niet gelijk herkend, doordat ze minder worstelen met het lezen van teksten. Toch zie je het probleem bij het lezen van losse woorden dan wel terug. Het is ook niet voor niets dat voor het vaststellen van dyslexie het technische lezen van losse woorden centraal wordt gesteld. Zowel bij het signaleren op school als tijdens een diagnostisch onderzoek naar dyslexie worden hierbij dezelfde eisen gesteld voor alle leerlingen: voor een verwijzing moet een leerling altijd scores behalen binnen de laagste 10%, ongeacht de intelligentie.
“Soms worden leesproblemen bij slimmere leerlingen niet gelijk herkend, doordat ze minder worstelen met het lezen van teksten. Toch zie je het probleem bij het lezen van losse woorden dan wel terug.”
Stellen van de diagnose
Voor het stellen van de diagnose dyslexie speelt hoogbegaafdheid ook geen rol. Voor hoogbegaafde leerlingen gelden ook de landelijke criteria, zoals beschreven in Protocol Dyslexie Diagnostiek & Behandeling 3.0 en de Brede Vakinhoudelijke Richtlijn Dyslexie. Voor leerlingen met een laag IQ ligt het iets complexer. Deze leerlingen ervaren dikwijls problemen die minder specifiek zijn. Ze hebben dan bijvoorbeeld ook moeilijkheden met rekenen. Een laag IQ leidt er daarom soms toe dat de diagnose dyslexie niet wordt gesteld, omdat aan een algemeen leerprobleem wordt gedacht en niet aan een specifiek leerprobleem. Binnen de regeling voor vergoede dyslexie is vastgelegd dat er geen diagnose Ernstige Dyslexie (ED) gesteld kan worden bij leerlingen met een Licht Verstandelijke Beperking (LVB). Deze diagnose moet echter door een specialist gesteld worden en heeft niet alleen betrekking op intelligentie, maar ook op adaptief functioneren en zelfredzaamheid.
Om terug te komen op de gestelde vraag. Je hoeft bij het verwijzen van een leerling voor dyslexieonderzoek dus zelf geen rekening met de intelligentie te houden. Als je actuele informatie hebt over de intelligentie van de leerling, is het wel belangrijk deze (na toestemming van de ouders) met de onderzoeker te delen. De onderzoeker zal immers alle relevante cognitieve en sociaal-emotionele informatie meenemen in het diagnostisch proces.
Wél rekeninghouden met intelligentie
De intelligentie van een leerling kan wel invloed hebben op de mate van hinder die een leerling ondervindt van de leesachterstanden en op de ondersteuningsbehoefte. Zowel bij interventies op school als bij dyslexiebehandeling in de zorg is het raadzaam rekening te houden met intelligentie in de aanpak, maar dat is gelijk weer een heel nieuw onderwerp. Wil je daar meer over weten, lees dan bijvoorbeeld dit artikel over de begeleiding van hoogbegaafde leerlingen met leesproblemen lezen dat Noor van der Windt schreef voor Dyslexie Centraal.
Vragen of sparren over een leerling?
Heb je naar aanleiding van dit artikel nog vragen, of wil je sparren over een specifieke leerling? Neem dan gerust contact op met de onderwijsadviseur in jouw regio. Zij helpen je graag verder.