Taalvaardigheid versterken in het mbo

Een goede taalvaardigheid is een belangrijke voorwaarde om deel te kunnen nemen aan de samenleving. Om dat te bereiken is soms net dat stapje extra nodig. Wij helpen je graag elke student die stevige taalbasis mee te geven, juist ook die student die net iets meer nodig heeft. Lees op deze pagina alles over de trainingen Spellingbootcamp & Grip op tekst.

Twee online trainingen

Speciaal voor hen ontworpen we twee online trainingen van elk 12 sessies, volledig begeleid (door een trainer) en praktijkgericht, die het fundament vormen voor taalvaardigheid. De trainingen zijn los van elkaar in te zetten.

  • Spellingbootcamp: niet alleen leren hoe, maar vooral waarom je woorden op een bepaalde manier schrijft.
  • Grip op tekst | actief lezen = beter begrip: leer hoe je informatie actief verwerkt, schema’s gebruikt en zo studieteksten beter begrijpt.

Inhoud van de sessies

Hieronder lees je per sessie welke onderwerpen worden aangeboden en geoefend. Naast de sessies krijgt de student huiswerkopdrachten.

Sessie 1

Lees meer

De basisprincipes van de Nederlandse spelling:

  • Klanken 🡪 we hebben 26 letters in ons alfabet en die gebruiken we om zo’n 40 klanken te schrijven. Hoe verhouden klanken zich tot letters, wat is een zinvolle indeling in klankcategorieën en wat te doen met klanken die hetzelfde klinken, zoals ei en ij?
  • Klankgroepen 🡪 een klankgroep kan beklemtoond of onbeklemtoond zijn en waarom gebruiken we niet lettergrepen als uitgangspunt bij het schrijven van langere woorden?
  • Eenheden 🡪 kennis over de opbouw van woorden. Dit helpt om complexere woorden correct te spellen, zoals in ‘ontdekken’, waarbij we de ‘t’ niet meer goed horen.

Sessie 2

Lees meer

De vier spellingregels in het Nederlands die gebaseerd zijn op de syllabe-uitgang:

  • Verlengingsregel, bijv. hoed.
  • Verenkelingsregel, bijv. kopen; waarom schrijven we ‘ja’ met één A en ‘nee’ met twee EE?
  • Verdubbelingsregel, bijv. koppen.
  • Kortste vorm regel, bijv. legt, recht, verdraagt, kauwt, gekauwd en koud.

Sessie 3

Lees meer
  • Vormbewustzijn (morfologisch bewustzijn), zodat je weet waarom je ‘doelloos’ en ‘schaatsster’ schrijft, ook al hoor je achtereenvolgens maar één ‘l’ en één ‘s’.
  • Werkwoorden: wat is een werkwoord, welke soorten werkwoorden kun je tegenkomen in een zin.

Sessie 4

Lees meer
  • Werkwoorden: persoonsvorm in de tegenwoordige tijd. Met een doeltreffend stappenplan weet je voortaan of je een persoonsvorm met of zonder extra ‘t’ schrijft.
  • Internationale /ie/; leer waarom je ‘gitaar’ naast ‘gieter’ schrijft, terwijl je in beide woorden een ‘ie’ hoort.

Sessie 5

Lees meer
  • Werkwoorden: persoonsvorm in de verleden tijd. Leer dat je ‘Het mistte verschrikkelijk’ schrijf naast ‘Hij miste de trein.’
  • Hoofdlettergebruik: een zin begint met een hoofletter en de naam van een feestdag schrijf je met een hoofdletter, maar weet je dat je samenstellingen die afgeleid zijn van feestdagen een kleine letter krijgen? Bijvoorbeeld: Pasen, paasvakantie.

Sessie 6

Lees meer
  • Herhaling deel 1: wat gaat goed en waar moet nog extra aandacht aan besteed worden.

Sessie 7

Lees meer
  • Werkwoorden: deelwoorden. Gecombineerd met de kennis uit sessie 4 schrijf je voortaan zinnen goed, als: ‘Die toets bezorgt me slapeloze nachten.’ En: ‘Die toets heeft mij geen slapeloze nachten bezorgd.’
  • Apostrof: in welke situaties gebruik je dit leesteken ‘?

Sessie 8

Lees meer
  • Werkwoorden: alle tijden gemixt in combinatie met het bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord. Schrijf geen letters teveel, zoals in: ‘Het verwachte resultaat werd behaald.’ of te weinig: ‘Men verwachtte dat resultaat.’

Sessie 9

Lees meer
  • Engelse werkwoorden: hierbij passen we dezelfde regels toe als bij de Nederlandse werkwoorden, met een aantal bijzonderheden: ‘Zij promootte die nieuwe behandelwijze.’
  • Zelfstandig naamwoord: meervoud op -s (lentes, paraplu’s) en tussen-n in samenstellingen (tomatensoep, groentesoep).

Sessie 10

Lees meer
  • Bijvoeglijk naamwoord en stoffelijk bijvoeglijk naamwoord: je weet dat je ‘een vale broek schrijft naast ‘een glazen deur’.
  • Klinkerbotsing: hoe ga je om met twee opeenvolgende lettertekens die samen één klank kunnen voorstellen, zoals ‘studie-uur’ en ‘reünie’.

Sessie 11

Lees meer

Leenwoorden:

  • Exotische letters 🡪 c, x, y, q.
  • Klankpatronen 🡪 zoals in machine en handicap.
  • Woorden met voor- en achtervoegsel 🡪 bijvoorbeeld advies en organisatie.

Sessie 12

Lees meer
  • Herhaling 2: de spelling van werkwoorden wordt nogmaals geoefend alsmede de onderwerpen die behandeling zijn in de sessies 7 tot en met 11.
  • Tips en aandachtspunten.

Praktische informatie

Duur: 12 sessies van een uur | Groepsgrootte: minimaal 4 en maximaal 8 studenten per groep | Investering: € 420,- euro per student per traject | Heb je een groepje studenten? Dan kan de groepstraining op school worden gegeven.

Inhoud van de sessies

De training is gericht op het vergroten van studievaardigheden door efficiënte informatieverwerking uit teksten. De sessies bieden praktische handvatten voor actief en begrijpend lezen, waarbij studenten gebruik maken van eigen studiemateriaal.

Sessie 1 – Introductie & Onderwerp herkennen

Lees meer

We starten met een kennismaking en uitleg over de training. Studenten leren wat het doel van de training is en hoe we gaan werken. Vervolgens oefenen we met het herkennen van het onderwerp van een tekst en hoe je dit snel kunt vinden.

Sessie 2 – Wat wordt er over het onderwerp verteld?

Lees meer

Studenten leren hoe ze niet alleen het onderwerp kunnen vinden, maar ook hoe ze kunnen aangeven wat er precies over het onderwerp wordt verteld. Daarbij leren ze de opbouw van langere teksten herkennen.

Sessie 3 – Actief lezen: Vragen stellen vóór en tijdens het lezen

Lees meer

De studenten leren een actieve leeshouding aan. Ze oefenen in het stellen van vragen, vooraf en tijdens het lezen, om gericht belangrijke informatie te vinden.

Sessie 4 – Kernbegrip en belangrijke begrippen herkennen

Lees meer

Studenten leren wat het kernbegrip van een tekst is en hoe ze belangrijke begrippen in een tekst kunnen selecteren. Ze oefenen in het onderscheiden van hoofd- en bijzaken.

Sessie 5 – Relaties tussen begrippen herkennen

Lees meer

Studenten leren hoe ze verbanden en relaties tussen begrippen in een tekst kunnen herkennen, zoals oorzaak-gevolg, voorbeelden of tegenstellingen.

Sessie 6 – Schematiseren: informatie overzichtelijk ordenen

Lees meer

We leren hoe informatie uit een tekst overzichtelijk kan worden weergegeven in schema’s. Studenten oefenen met het samenvatten en visueel ordenen van kernbegrippen en hun relaties.

Sessie 7 – Specificatielijst maken: extra informatie toevoegen

Lees meer

Studenten leren hoe ze aanvullende informatie overzichtelijk kunnen vastleggen in een specificatielijst die aansluit bij hun schema’s, zodat belangrijke details niet verloren gaan.

Sessie 8 – Toepassen op eigen studieteksten

Lees meer

De studenten leren de eerder geleerde stappen toe te passen op hun eigen school- of studiemateriaal. Ze gebruiken een praktische checklist om informatie te ordenen en schema’s te maken.

Sessies 9 t/m 11 – Verdiepen en oefenen met eigen materiaal

Lees meer

Studenten oefenen met het schematiseren van hun eigen studieteksten. Samen met de trainer bespreken de studenten de schema’s die zij gemaakt hebben.

Sessie 12 – Evaluatie & persoonlijke leerpunten

Lees meer

We ronden de training af met een samenvatting en terugblik: welke stappen beheersen de studenten goed en waar kunnen ze nog verder in groeien? Studenten krijgen persoonlijke tips en aandachtspunten mee.

Praktische informatie

Duur: 12 sessies van een uur | Groepsgrootte: minimaal 4 studenten per groep | Investering: € 480,- per student per traject | Heb je een groepje studenten? Dan kan de groepstraining op school worden gegeven.
Naar boven