Screening bij aanmelding dyslexieonderzoek: hoe gaat dat?

Als je kind ernstige rekenproblemen heeft en die problemen blijven bestaan, ook met extra hulp op school, kan het zijn dat er sprake is van dyscalculie. Je kunt je kind dan aanmelden voor  diagnostisch onderzoek bij RID om te laten onderzoeken wat de oorzaak is van de rekenproblemen. Bij aanmelding vindt altijd een gratis screening plaats. Wij kijken dan of een onderzoek zinvol is. Wij vertellen je graag meer over deze screening en welke criteria wij gebruiken.

jongen steekt vingers op geel held

Waarom vindt een screening plaats en welke informatie is hiervoor nodig?

Om te kunnen spreken van dyscalculie moet onder andere aangetoond worden dat er sprake is van langdurige en ernstige rekenproblemen die ondanks adequate hulp op school blijven bestaan.

Daarnaast is er bij dyscalculie sprake van rekenproblemen op meerdere rekengebieden en hebben kinderen met dyscalculie meestal ook veel moeite met relatief eenvoudige rekensommen en getallen.

Ook is het belangrijk om uit te sluiten dat de rekenproblemen geheel door iets anders dan dyscalculie verklaard kunnen worden (bijvoorbeeld door aandachtsproblemen). Dat is belangrijk omdat de aanpak van de rekenproblemen dan anders is.

Waarom kijken we naar de aard van de rekenproblemen?

Kinderen met dyscalculie hebben meestal een specifiek probleem met de basis van het rekenen: het omgaan met getallen en eenvoudige sommen. Doordat die basis van het rekenen verstoord is, hebben zij ook veel moeite met complexere rekenvaardigheden. Op RID vergelijken we het ook wel met een toren: als de onderste bouwstenen onvoldoende ontwikkeld zijn dan staat de hele toren wankel.

Om in te schatten of je kind mogelijk problemen heeft met de basis van het rekenen wordt gekeken naar de antwoorden in de ouder- en schoolvragenlijst over de aard van de rekenproblemen en de rekentoetsen. Ook vragen we na of er mogelijke kenmerken van dyscalculie zijn.

Wat zijn de mogelijke kenmerken van dyscalculie?

Lees meer
  • Je kind heeft moeite met het inzicht in getallen, bijvoorbeeld
    • het plaatsen van een getal op een getallenlijn,
    • het vergelijken van getallen (wat is groter/kleiner),
    • het ordenen van getallen (getallen in een juiste volgorde zetten
    • of het begrip van de tientalstructuur van getallen (45 bestaat uit 4 tientallen en 5 eenheden)
  • Je kind maakt opvallend veel fouten bij gemakkelijke rekensommen.
  • Je kind is opvallend langzaam bij het uitrekenen van sommen
  • Je kind blijft op de vingers tellen, terwijl leeftijdsgenoten dat niet meer doen
  • Je kind heeft moeite met de volgorde van de stappen die nodig zijn bij bijvoorbeeld plus- en minsommen die over het tiental gaan
  • Je kind laat weinig inzicht zien bij het rekenen, hij/zij weet soms niet welke som hij moet uitrekenen bij een verhaalsom (bv de som 24 + 8 uitrekenen bij de vraag ‘piet heeft 24 snoepjes en geeft er 8 weg, hoeveel heeft hij over?’)
  • Je kind heeft moeite met klokkijken en/of tijdsbesef.
  • Je kind heeft moeite om in te schatten of een antwoord klopt en is heel onzeker over een antwoord. Soms ligt het gegeven antwoord ook heel ver af van het juiste antwoord.
  • De rekenstof beklijft niet, stof moet steeds opnieuw uitgelegd worden.

Wat zijn andere mogelijke oorzaken?

Lees meer

Rekenen is een complex proces waarbij veel verschillende vaardigheden een rol spelen. Zo heeft een kind voldoende aandacht en concentratie nodig om rekeninstructies te volgen. Ook geheugen en intelligentie spelen een rol.
Tot slot kunnen omgevingsfactoren, zoals gebeurtenissen in het gezin, het klimaat in de klas of veelvuldig ziek zijn een rol spelen.

Bij ernstige rekenproblemen is er dus niet automatisch sprake van dyscalculie. Soms veroorzaakt een combinatie van verschillende factoren de rekenproblemen. Een van die factoren kan dan dyscalculie zijn, maar dat hoeft niet.

Bij de screening wordt gekeken naar de antwoorden in de vragenlijsten, naar de resultaten van de ingevulde gedragsvragenlijst en naar eventuele verslagen van eerdere onderzoeken. Daarnaast wordt ook gekeken naar de prestaties op andere vakken: is er echt een specifiek rekenprobleem of misschien toch meer sprake van een algemeen leerprobleem?

De voorinformatie is in dit proces erg belangrijk, zowel voor de uiteindelijke conclusie van het onderzoek als om te bepalen of een onderzoek zinvol is. Bovendien kan het helpen te bepalen of het handig is om het onderzoek meteen uit te voeren.
Als uit de voorinformatie bijvoorbeeld blijkt dat er sterke aanwijzingen zijn voor ADHD dan kan er beter eerst een onderzoek gestart worden naar ADHD voordat een dyscalculie onderzoek plaatsvindt. Een dyscalculie onderzoek is behoorlijk intensief, en als er sprake is van aandachtsproblemen kan dit leiden tot onbetrouwbare testgegevens.

Mogelijke conclusies screening

Wanneer alle informatie bekeken en beoordeeld is, beslist de screener of een onderzoek naar dyscalculie op dit moment zinvol is. Er zijn verschillende conclusies mogelijk:

  1. Een onderzoek naar dyscalculie wordt geadviseerd. Uit de voorinformatie blijkt dat de problemen ernstig genoeg zijn, de hulp adequaat en er zijn aanwijzingen voor dyscalculie.
  2. Er zijn wel aanwijzingen dat er mogelijk sprake is van dyscalculie, maar nog niet voldoende om een onderzoek te starten. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als de rekenproblemen (nog) niet ernstig genoeg zijn, als de hulp nog niet voldoet aan de eisen waardoor de hardnekkigheid onvoldoende aangetoond kan worden, of als een andere mogelijke oorzaak (ADHD) eerst uitgezocht moet worden. RID geeft in zo’n geval advies aan ouders en school, bijvoorbeeld afwachten op volgende meetmoment, hulp intensiveren, of aanmelden voor ander onderzoek.
  3. Er zijn onvoldoende aanwijzingen voor dyscalculie, onderzoek lijkt op dit moment niet zinvol.

Geen onderzoek, wel rekenbegeleiding?

Dat kan ook. Als je als ouder wel op zoek bent naar extra hulp voor je kind, maar een dyscalculie onderzoek lijkt (nog) niet zinvol. Of je wilt liever geen onderzoek maar wel hulp, dan kan besloten worden om toch een rekenbegeleiding op te starten via RID.

Er vindt dan bij aanvang van het traject een kort rekenonderzoek plaats om de sterktes en zwaktes op rekengebied te onderzoeken. Op die manier kan de begeleiding goed aansluiten bij de problematiek van je kind.

Lees meer

Naar boven