Ouderwijs | Wat heeft zelfvertrouwen met leren te maken?
Veel ouders horen deze woorden weleens. Bij huiswerk, een spreekbeurt, lezen, rekenen of een nieuwe sport. Soms lijkt een kind al op te geven voordat het begonnen is.
Dat kan pijnlijk zijn om te zien. Je weet dat je kind veel meer kan dan het zelf denkt. Veel ouders vragen zich af hoe ze het zelfvertrouwen van hun kind kunnen vergroten, zeker wanneer hun kind onzeker is of moeite heeft met leren.
In de podcast Ouderwijs gaat Marije Kuin, GZ-psycholoog en cognitief gedragstherapeut, in gesprek over zelfvertrouwen bij kinderen. Wanneer groeit het? Wat kan het onder druk zetten? En vooral: hoe kun je als ouder helpen?
Waarom zelfvertrouwen belangrijk is voor leren
Om iets nieuws te leren, moet een kind zich veilig voelen. Veilig genoeg om fouten te maken. Veilig genoeg om iets te proberen dat misschien niet meteen lukt. Volgens Marije Kuin hebben kinderen een basis van zelfvertrouwen nodig om goed te kunnen leren.
Kinderen die vertrouwen hebben in zichzelf, durven nieuwe dingen te proberen. Een kind dat bang is om fouten te maken, vermijdt uitdagingen juist vaker. Daarom zijn leren en zelfvertrouwen sterk met elkaar verbonden.
Dit zien we bijvoorbeeld regelmatig bij kinderen met dyslexie. Wanneer lezen, spellen of schrijven meer moeite kost, kan dat invloed hebben op het zelfvertrouwen op school. Sommige kinderen gaan zelfs geloven dat ze iets nooit gaan kunnen.
Mijn kind geeft snel op: wat zit daarachter?
Onzekerheid ziet er niet altijd hetzelfde uit. Sommige kinderen gaan juist heel hard werken. Ze willen geen fouten maken en doen er alles aan om bij te blijven. Op school lijken ze vaak goed mee te draaien, terwijl ze van binnen veel spanning ervaren. Ze piekeren, zijn moe of raken sneller overprikkeld. Andere kinderen reageren precies andersom. Ze vermijden opdrachten, worden boos of zeggen dat ze het niet willen doen. Soms lijkt het alsof ze geen moeite meer willen doen.
Maar vaak zit er iets anders onder. Deze kinderen zijn niet gestopt omdat ze niet willen leren. Ze zijn gestopt omdat ze bang zijn opnieuw te ervaren dat iets niet lukt. Ze beschermen zichzelf tegen teleurstelling.
In beide gevallen heeft een kind hetzelfde nodig: begrip, steun en de ruimte om stap voor stap weer vertrouwen op te bouwen.
Waarom sommige kinderen bang zijn om fouten te maken
Voor kinderen die regelmatig vastlopen, kunnen fouten steeds zwaarder gaan voelen.
Als je vaak ervaart dat iets moeilijk is, ontstaat de gedachte: “Zie je wel, ik kan het niet.” Na verloop van tijd kan een kind denken dat het beter is om helemaal niet meer te proberen. Dan voelt falen minder pijnlijk.
Juist daarom is het belangrijk om niet alleen naar het gedrag te kijken.
Vraag jezelf eens af:
- Wat maakt dit zo moeilijk voor mijn kind?
- Waar maakt mijn kind zich zorgen over?
- Is mijn kind bang om fouten te maken?
- Wat heeft mijn kind nu nodig?
Achter boosheid, ontwijken of opgeven zitten vaak teleurstelling, frustratie of onzekerheid.
Kinderen leren van ons voorbeeld
Veel ouders zeggen: “Fouten maken mag.”
Dat is een waardevolle boodschap. Maar kinderen kijken vooral naar wat wij zelf doen.
Hoe ga jij om met fouten? Mag jij van jezelf iets lastig vinden? Vertel je thuis weleens dat iets niet meteen lukte?
Kinderen leren niet alleen van wat we zeggen, maar vooral van wat we voordoen. Volgens Marije Kuin is het belangrijk om te laten zien dat ook volwassenen blijven leren, oefenen en soms opnieuw moeten beginnen.
Wanneer kinderen zien dat fouten maken normaal is, leren ze dat succes niet betekent dat alles in één keer goed moet gaan.
Hoe vergroot je het zelfvertrouwen van je kind?
Een eenvoudige manier om het zelfvertrouwen van kinderen te stimuleren, is door aandacht te geven aan hun inzet in plaats van alleen aan het resultaat.
Veel complimenten gaan over eigenschappen:
- Wat ben je slim.
- Wat ben je knap.
- Wat ben je goed.
Dat klinkt positief, maar kan ongemerkt druk geven. Een kind kan het gevoel krijgen dat het altijd slim of goed moet zijn.
Volgens Marije Kuin helpen procescomplimenten vaak beter. Dat zijn complimenten over wat een kind doet.
Bijvoorbeeld:
- Wat heb je goed doorgezet.
- Ik zie dat je hard geoefend hebt.
- Knap dat je het opnieuw hebt geprobeerd.
- Je gaf niet op toen het moeilijk werd.
Zo leert een kind dat groeien belangrijker is dan perfect zijn.
Zelfvertrouwen groeit door te oefenen
De belangrijkste boodschap uit de podcast is misschien wel verrassend simpel: kinderen krijgen meer zelfvertrouwen door dingen zelf te doen. Door een boterham te smeren. De tafel te dekken. Een moeilijke opdracht aan te pakken. Zelf een oplossing te bedenken.
Dat hoeft niet perfect. Sterker nog: juist wanneer kinderen iets spannend vinden, het tóch proberen en ontdekken dat ze vooruitgaan, groeit hun vertrouwen. Daarom zijn klusjes, verantwoordelijkheid en zelfstandigheid zo waardevol. Kinderen ontdekken dat ze iets kunnen bijdragen en problemen zelf kunnen oplossen.
Er bestaat geen snelle oplossing voor een onzeker kind. Zelfvertrouwen groeit stap voor stap. Met kleine ervaringen leert een kind:
- “Ik kan iets nieuws proberen.”
- “Ik mag fouten maken.”
- “Ik kan weer verder.”
Dat is de basis van een zelfverzekerd kind.
10 tips om het zelfvertrouwen van je kind te versterken
- Kijk achter het gedrag. Vraag jezelf af wat je kind voelt of nodig heeft.
- Geef complimenten over de inzet. Benoem oefenen, doorzetten en proberen.
- Gebruik vaker procescomplimenten. Richt je op de inspanning, niet alleen op het resultaat.
- Laat zien dat jij ook fouten maakt. Kinderen leren van jouw voorbeeld.
- Geef je kind kleine verantwoordelijkheden. Laat het helpen in huis en zelf dingen oplossen.
- Neem niet te snel taken over. Ook als het langer duurt.
- Geef ruimte om te oefenen. Niet alles hoeft meteen goed te gaan.
- Let op signalen van stress. Vermoeidheid, boosheid of verdriet kunnen belangrijke signalen zijn.
- Spreek vertrouwen uit. Laat merken dat je gelooft in de mogelijkheden van je kind.
- Blijf herhalen: ‘Je bent goed zoals je bent.’ Kinderen kunnen deze boodschap niet vaak genoeg horen.
Elk kind twijfelt weleens aan zichzelf. Dat hoort bij opgroeien. Zelfvertrouwen betekent niet dat je kind alles kan of overal goed in is. Zelfvertrouwen betekent dat je kind durft te denken: “Dit is moeilijk, maar ik kan het proberen.”