Leestips voor leerlingen | Februari 2026
De boekentips
De dieren in het bos – Inge Bergh en Annelies Nys
Zelf lezen: 6+
Er is een nieuwe informatieve serie verschenen voor beginnende lezers in groep 3. Het eerste deel gaat over dieren in het bos. Inmiddels is er ook een deel beschikbaar over dieren in de zee. De kracht van deze serie is dat kinderen die net leren lezen niet alleen hun leesvaardigheid oefenen, maar tegelijkertijd ook daadwerkelijk kennis opdoen. Lezen wordt op deze manier actief en betekenisvol ingezet: kinderen gaan aan de slag met zoekplaten, tellen dieren, lossen raadsels op en beantwoorden quizvragen. Daarnaast ontdekken ze dat lezen functioneel is, bijvoorbeeld bij het volgen van instructies om vogelvoer te maken of een huisje voor een egel te timmeren.
De serie is geschreven door Inge Bergh en Annelies Nys en is overzichtelijk opgebouwd. In het deel over het bos worden dieren behandeld in verschillende leefgebieden: in de boom, op en onder de grond en op en rond het water. De weetjes zijn afwisselend grappig, verrassend en informatief. Zo leren kinderen onder andere dat een specht zo snel tegen een boom kan tikken doordat er tussen zijn snavel en kop een bot zit dat werkt als een spons, en dat een bosmier wel 400 keer zijn eigen gewicht kan dragen. Bijzonder is dat deze informatie is verwerkt in woorden en zinnen op AVI M3- en E3-niveau.
De afwisseling tussen weetjes, foto’s, maakopdrachten, waar/niet-waar-vragen, grapjes en zoekopdrachten maakt het boek aantrekkelijk en uitdagend, ook voor kinderen die lezen nog lastig vinden. Achterin het boek staat bovendien een extra challenge om verder met de opgedane kennis aan de slag te gaan. De kwalitatief sterke foto’s maken het boek compleet. Een sterke en veelzijdige serie voor nieuwsgierige beginnende lezers.
BAM! Ik lees. Zo word je prof – Fred Diks en Emanuel Wiemans (illustraties)
Zelf lezen: 6+
Dit najaar zijn er vier nieuwe titels verschenen in de serie BAM! Ik lees van Volt Kinderboeken. Eén van deze titels is Zo word je prof, een aantrekkelijk non-fictieboek over profvoetballers én over hoe kinderen zelf betere voetballers kunnen worden.
Het boek is geschreven door Fred Diks, bekend van de populaire serie Koen Kampioen, en sluit goed aan bij kinderen met een interesse in voetbal. De inhoud laat zien dat succes niet alleen draait om talent, maar vooral om oefenen, omgaan met verlies en doorzetten. Een waardevolle boodschap: zelfs de beste profs winnen niet elke wedstrijd. De toon van het boek is luchtig en humoristisch, met praktische en speelse tips. Daarnaast is er expliciet aandacht voor voetballende meiden. Zo komt profvoetbalster Esmee Brugts aan bod en zijn in de illustraties volop meisjes te zien die voetballen. De stoere illustraties van Emanuel Wiemans sluiten perfect aan bij het onderwerp en versterken het leesplezier.
De serie BAM! Ik lees bestaat uit non-fictieboekjes over onderwerpen die kinderen écht aanspreken. De boeken hebben geen AVI-niveau en zijn qua inhoud ongeveer geschikt voor groep 3 en 4. Juist doordat er geen AVI-aanduiding op staat, zijn ze ook zeer geschikt voor oudere kinderen met een lager leesniveau. Moeilijkere woorden komen soms voor, maar de uitspraak wordt slim ondersteund, waardoor de serie inhoudelijk en taalkundig zeker niet te eenvoudig is.
Aansluiten bij interesses is een belangrijke sleutel om kinderen aan het lezen te krijgen. Voor veel kinderen kan voetbal, of een ander onderwerp in de serie, een laagdrempelige en motiverende ingang zijn om leesplezier te ontwikkelen. Deze nieuwe titels leveren daar een waardevolle bijdrage aan.
Ik ben Guus – Anke Kranendonk en Marijke Klompenmaker (illustraties)
Zelf lezen: 7+
Wat een leuke toevoeging in de Tijgerlezen-serie! Ik ben Guus van Anke Kranendonk is precies zo’n boek waar beginnende lezers grootse leeszin van krijgen: grappig, een beetje spannend en heerlijk herkenbaar voor iedereen die zich al héél groot voelt… terwijl de wereld daar anders over denkt.
Guusje, of Guus zoals ze liever genoemd wil worden, is de jongste thuis. Volgens haar broers Doperwt en Peer is ze nog een baby, en ook haar ouders sturen haar steeds als eerste naar bed. Maar Guus wéét het zeker: zij is groot en stoer. En grote, stoere kinderen doen grote, stoere dingen. Zoals… een boek lezen dat eigenlijk voor grote broers is. Stiekem neemt ze een spannend verhaal mee over ridder Raaf en een gevaarlijke beer. Als ze dát kan lezen, dan móét iedereen wel zien hoe groot ze is. Toch? Maar dan hoort Guus ineens iets in haar kamer… Staat die beer er echt? Of gebeurt er iets anders?
Wat dit boek extra leuk maakt, is het verhaal-in-het-verhaal: terwijl Guus leest, lees jij als lezer mee. Door verschillende lettertypes, kleuren en illustratiestijlen is dat voor beginnende lezers heel duidelijk én speels gedaan. Zo ontdekken kinderen niet alleen een spannend verhaal, maar ook wat boeken met je kunnen doen: hoe ze je laten huiveren, lachen en even iemand anders laten zijn.
De illustraties van Marijke Klompmaker zijn levendig, grappig en soms nét spannend genoeg. Doordat er met emoties, lettergroottes en details gespeeld wordt, blijft het boek prikkelen. En ondertussen sluipen thema’s als groot willen zijn, serieus genomen worden en jezelf durven zijn vanzelf het verhaal in; licht, herkenbaar en zonder zwaar te worden. Ik ben Guus is een vrolijk, slim en toegankelijk leesboek dat perfect past bij beginnende lezers die houden van humor, spanning en een tikje bravoure.
Durf – Liz Huisman en Anna Boterman (illustraties)
Voorlezen: 8+
Zelf lezen: 9+
Er zijn boeken die je niet vertellen hoe je moet voelen, maar je uitnodigen om te voelen wat er is. Durf van Liz Huisman is precies zo’n boek. Een prachtig en warm debuut dat helemaal past bij winterse dagen: koud in de setting, maar vol zachtheid, hoop en menselijkheid. Het gaat over durven: durven weggaan, durven blijven, durven voelen en durven je eigen verhaal aan te kijken.
We volgen Kek, die zich niet meer gezien voelt sinds de komst van zijn babyzusje en de verhuizing van Amsterdam naar een dorp dat niet als thuis voelt. Zijn ouders lijken alleen nog maar oog te hebben voor de baby en Kek vraagt zich af of hij er eigenlijk nog wel bij hoort. Op een koude dag is het genoeg: hij stapt op de fiets, terug naar de stad, terug naar zijn opa. Dan botst hij letterlijk en figuurlijk op Harper, met haar hondje Tos. Ook zij draagt haar eigen verhaal en onzekerheden met zich mee. Wat begint als een vlucht, wordt een gedeelde reis. Samen trotseren ze kou, sneeuw en onverwachte ontmoetingen en langzaam ontdekken ze dat het leven niet altijd loopt zoals je had gedacht… en dat dat misschien ook gewoon goed is.
Wat Durf zo bijzonder maakt, is hoe het laat zien dat gebeurtenissen niet per se goed of slecht zijn. Ze gebeuren gewoon en wij geven er betekenis aan. Maar misschien is het leven vaak simpelweg zoals het gaat en is dat precies de bedoeling. De illustraties van Anna Boterman zijn werkelijk prachtig. Ze verrijken het verhaal en geven ruimte aan stilte. Beeld en tekst vormen samen een geheel dat je als lezer omarmt. Durf is een lief, spannend en betekenisvol boek over vriendschap, verandering en het vinden van je plek. Niet door alles te begrijpen, maar door het leven toe te laten zoals het komt. Een verhaal dat voelt als een warm dekentje.
Circus op zee – Eveline Baar en Karin van der Vegt (illustraties)
Voorlezen: 9+
Zelf lezen: 10+
Dit verhaal speelt zich af in twee tijden. In het heden volgen we Jula en haar broertje Rein, die samen met hun acrobatenfamilie leven voor het circus. Hun act, een menselijke toren, is hun trots. Maar dan vertrekken hun ouders plotseling naar het wintercircus, zonder hen. Achterblijvend bij Grote Oma bedenken Jula en Rein een plan om tóch hun plek in de piste op te eisen. Want wie ben je, als je niet mag laten zien wat je kunt?
In 1934 ontmoeten we Lot, een meisje met een kromme voet, dat zich niet altijd gezien of begrepen voelt. Wanneer circus Sarrasani door Amsterdam trekt, raakt ze in één klap betoverd, vooral door olifant Mandy. Wat begint als verwondering, groeit uit tot een diepe band. Terwijl de dreiging vanuit Duitsland toeneemt en Joodse artiesten, circusmensen en andere ‘ongewensten’ steeds minder veilig zijn, besluit het circus de oceaan over te steken naar Zuid-Amerika. Lot vaart mee, op een reis die zowel hoopvol als aangrijpend is.
Wat dit boek zo bijzonder maakt, is hoe vroeger en nu elkaar spiegelen. Je ziet de verschillen tussen het circus van toen en dat van nu, mét en zonder dieren, zonder dat het belerend wordt. Het verhaal laat zien hoe het circus verandert, maar ook wat altijd hetzelfde blijft: de behoefte aan veiligheid, verbondenheid en een plek waar je jezelf mag zijn. De terugkerende boodschap “Wees waar je ook bent, een slurf en een tent” voelt als het kloppend hart van het boek. De slurf staat voor nieuwsgierigheid: durf te onderzoeken wie je zelf bent en wie de ander is. De tent is een microkosmos, een plek waar iedereen zichzelf mag zijn en waar verschillen niet buitensluiten, maar samenkomen. Een boodschap die niet alleen historisch raakt, maar ook actueel is…
Omdat het historische deel is gebaseerd op echte gebeurtenissen (circus Sarrasani stak in 1934 daadwerkelijk met artiesten en dieren de oceaan over en de opa van de schrijfster voer als journalist mee) krijgt het verhaal extra diepte. Het nawoord en de foto’s achterin maken het tastbaar en indrukwekkend. Je leest niet alleen een verhaal, je kijkt ook even echt terug in de tijd. De illustraties en plattegronden van Karin van der Vegt voegen een extra laag toe, ze werken sfeervol, ondersteunend en versterkend. Circus op zee is een boek dat laat zien hoe verleden en heden met elkaar verbonden zijn, en hoe belangrijk het is dat iedereen een slurf mag zijn en ergens een tent mag opzetten.