Julia rekent sneller én met meer vertrouwen
Extra oefenen was niet altijd leuk
Toen Julia hoorde dat ze dyscalculie heeft, vond ze dat wel een beetje vervelend. Ook keek ze niet bepaald uit naar het extra huiswerk dat bij de behandeling hoorde. “Het extra huiswerk vond ik niet zo leuk”, vertelt ze eerlijk. “Maar ik werd wel fijn geholpen door Lotte.”
Bij haar eerste bezoek aan RID voelde Julia zich al snel op haar gemak. “Ik vond de sfeer wel leuk.” Vooral de oefeningen op de computer spraken haar aan. “De makkelijke oefeningen vind ik natuurlijk het leukst. En sowieso de oefeningen op de computer, liever dan de werkbladen want die duren veel langer.”
Van lang nadenken naar sneller rekenen
Voor de behandeling vergat Julia regelmatig hoe ze bepaalde sommen moest uitrekenen. Ook draaide ze getallen soms om. Dat is bij getallen als 64 best begrijpelijk, legt ze uit: “Je zegt eerst de vier, terwijl die achteraan staat.” Julia wilde heel graag haar tafeldiploma halen. Daarom bleef ze oefenen, ook al ging dat niet altijd vanzelf. Haar moeder Anita zag haar stap voor stap vooruitgaan.
“De vooruitgang ging heel geleidelijk”, vertelt Anita. “Over sommige sommen moest Julia eerst heel lang nadenken, bijvoorbeeld over 16 min 7. Dat gaat nu allemaal veel sneller. Ook het automatiseren van de tafels is duidelijk vooruitgegaan.” Julia merkte het zelf vooral toen de sommen eenvoudiger begonnen te voelen. “Het werd simpeler en het ging sneller. Ik vond het fijn toen ik het allemaal beter kon.”
Julia’s advies voor andere kinderen met dyscalculie: “Ik denk dat je het moet doen. Het heeft mij wel geholpen!”
Een kladblaadje geeft overzicht
Wanneer Julia nu een moeilijke som tegenkomt, weet ze beter wat ze kan doen. Haar belangrijkste hulpmiddel is heel eenvoudig: een kladblaadje. “Ik schrijf de som op een papiertje. Dat werkt voor mij het beste.” Door de tussenstappen op te schrijven, krijgt Julia meer overzicht en hoeft ze niet alles tegelijk in haar hoofd te onthouden. Ze ontdekte ook dat er soms verschillende manieren zijn om een som op te lossen. “Bij een staartdeling gebruiken wij op school een bepaalde manier. Die heb ik zelf ook aan Lotte uitgelegd.”
Thuis krijgt Julia vooral hulp van haar moeder. En op school kan ze een koker op tafel zetten, als ze een vraag heeft aan de juf. Anita benadrukt dat regelmatig blijven oefenen belangrijk blijft, bijvoorbeeld bij de tafels.
Spreekbeurt over dyscalculie
Julia’s vooruitgang bleef ook op school niet onopgemerkt. Anita vertelt: “Op school wordt inderdaad gezien dat Julia makkelijker rekent. Tegelijk is ze qua niveau niet gelijk aan het gemiddelde. Vooral de complexe sommen kosten haar veel moeite, volgens haar juf. Desondanks beheerst ze nu wel veel meer dan voor de dyscalculie behandeling.”
Julia besloot zelf om haar spreekbeurt over dyscalculie te houden. “Niemand in mijn klas wist dat ik dyscalculie heb. Daarom heb ik erover verteld.” Daarmee liet Julia niet alleen zien wat dyscalculie betekent, maar ook wat haar helpt bij het rekenen. Het laat zien hoeveel zekerder ze zich inmiddels voelt. Op de vraag welk level ze heeft bereikt wanneer haar vooruitgang een computerspel zou zijn, hoeft Julia niet lang na te denken: “Ik denk level 7.”
Doorzetten als superkracht
Volgens Anita heeft Julia tijdens de behandeling vooral haar doorzettingsvermogen laten zien. “Het kost gewoon veel tijd en energie”, vertelt ze. “Aan het einde werd de motivatie soms wat minder, maar dat is ook logisch. Toch denkt Julia er zelf aan dat ze moet oefenen en neemt ze zelfstandig haar RID-spullen mee.” Julia merkt dat het haar helpt wanneer het rekenen sneller gaat. “Daardoor krijg ik een zekerder gevoel.”
Binnenkort heeft Julia haar laatste gesprek bij RID. Hoewel haar behandeling dan is afgerond, blijft oefenen belangrijk. “Ze heeft een flinke vooruitgang doorgemaakt”, zegt Anita. “Maar ze moet het rekenen wel blijven bijhouden.”
Handig voor later
Wat Julia heeft geleerd, gebruikt ze niet alleen bij sommen op school. Ook in het dagelijks leven komt rekenen overal terug. “Bijvoorbeeld als je boodschappen doet en bedragen moet afronden”, vertelt ze. “En klokkijken op een gewone klok is ook handig. Niet alleen digitaal. Als je later met de trein gaat, hangen er op het station ook gewone klokken.”
Later wil Julia graag kleuterjuf worden. “Ik vind kleuters heel leuk!” Wat ze tijdens de behandeling heeft geleerd, zal haar daar zeker bij helpen. Als Julia haar traject bij RID een titel mocht geven, kiest ze voor: Van geen overzicht naar snelheid.
En wat zou ze zeggen tegen een kind dat twijfelt over een dyscalculiebehandeling? “Ik denk dat je het moet doen. Het heeft mij wel geholpen!”
Hoe kunnen wij helpen?
Als je kind moeite heeft met leren rekenen, dan zal de leerkracht in de klas extra uitleg en passende oefenstof aanbieden. Helpt dit je kind niet voldoende vooruit, dan is het belangrijk dat er tijdig intensievere ondersteuning volgt. Vaak gebeurt dit in kleine groepjes buiten de klas (remedial teaching). Is de rekenachterstand ernstig en hardnekkig, dan is er mogelijk sprake van dyscalculie (rekenen). Je kind kan dan bij RID terecht voor een diagnostisch onderzoek en een behandeling.