Leestips voor leerlingen | Maart 2025
Lars de dwarse dromedaris – Rachel Bright en Jim Field (op rijm vertaald door Bette Westera)
Een prachtig prentenboek zowel voor wat betreft de kleurrijke illustraties als het verhaal! De jonge dromedaris Lars trekt met een kudde dromedarissen door de woestijn op zoek naar een oase. Lars is chagrijnig wakker geworden en heeft er echt geen zin in. Hij raakt overal door geïrriteerd; Lars loopt dan ook vooral te dralen en klagen. Op een gegeven moment brult hij ‘IK BLIJF HIER’ en Lars loopt niet meer verder, terwijl de rest van de kudde doorloopt. Eenmaal alleen bedenkt hij zich hoe dom en dwars hij kan zijn.
Op dat moment komt er een vrolijke springmuis aan die hem laat zien dat je keuzes hebt. Je kunt blijven hangen in je boze bui of je maakt met een vrolijke lach iets leuks van de dag. Zal Lars naar de springmuis luisteren en weer terug bij zijn kudde komen? Een boek over omgaan met tegenslagen en uit een boze bui stappen, om voor te lezen aan kinderen vanaf 3 jaar.
De wirwarwezels - Yvonne Jagtenberg
Een bundel vol korte en grappige verhalen over de twee wezelvrienden Arti en Bub. Ze wonen samen in een huisje in het bos en maken er het beste van. Arti is vaak lui en een beetje in de war; Bub is meestal in de weer. In de verhalen lees je over het alledaagse leven van de twee wezelvrienden. Vaak over hun eenvoudige problemen en de ‘out of the box’-oplossingen die ze bedenken; over de avonturen die ze beleven en hun vriendschap. Alle avonturen lopen gelukkig goed af en eindigen steeds met het samen drinken van een kopje eikeltjeskoffie – het teken dat het weer goed tussen hen is.
De verhalen bevatten herkenbare situaties voor jonge kinderen en veel (droge) humor, dus dat betekent lachen!
Het is een voorleesboek voor kinderen vanaf ongeveer 4 jaar, maar het kan ook goed zelf gelezen worden door leerlingen vanaf groep 4! Yvonne Jagtenberg heeft zowel de tekst als de kleurrijke illustraties verzorgd.
Goof is de gemeenste gans ter wereld – Alex Latimer (vertaling Tjibbe Veldkamp)
Een héérlijk grappig boek voor de iets gevorderde lezer over Goof, die de gemeenste gans ter wereld is. Bovendien vinden wij het boek erg geschikt voor de lezer die het nog pittig vindt en/of het leesplezier nog niet heeft ontdekt. Goof is zó gemeen, dat je er gewoon hardop om moet lachen! Het boek staat bovendien vol leuke illustraties, die al net zo grappig zijn.
Je maakt kennis met Goof bij de maandelijkse bijeenkomst van het Gemeenste Ganzen Genootschap. Want er zijn veel gemene ganzen. Maar niemand is zó gemeen als Goof! Biggetje Anton is wél aardig tegen Goof. Goof heeft echter nog nooit een vriend gehad en vraagt zich af hoe hij daar mee om moet gaan. Onder alle grappen en lol zit dus nog ook nog een mooi verhaal. Aan het einde wordt je daardoor best dol op Goof. Gelukkig is dit het eerste deel van een serie. Dat is voor kinderen altijd fijn om daarna lekker door te kunnen lezen!
Vlot verhaal, humor in tekst én beeld en geen AVI niveau, maar gewoon een leuk verhaal om van te genieten. Vanaf een jaar of 7 is hardop lachen gegarandeerd.
Boutje en het onderwaterpretpark – Mirjam Oldenhave, met illustraties van Rick de Haas
Boutje kunnen je leerlingen al kennen van het eerste boek van Mirjam Oldenhave over deze knutselkoning. Zo niet, dan kunnen ze gerust met hem kennis maken in dit tweede deel, want dit boek is ook heel goed te volgen als je het eerste deel niet hebt (voor)gelezen.
De voorkant en titel doen misschien vermoeden dat het avontuur zich af speelt in of rondom een onderwaterpretpark, maar dit ideetje komt eigenlijk pas richting het einde van het boek aan bod. We starten namelijk met Boutje en zijn vader Ed bij hun fijne rommelberg. Maar op een dag blijkt dat deze verkocht is aan de barones. Boutje gaat naar haar op zoek en geeft niet zomaar op om zijn knutselparadijs terug te krijgen!
Wat het (voor)lezen uit dit boek zo leuk maakt is dat het verhaal totaal niet voorspelbaar is! De plannetjes lopen namelijk niet meteen goed af en er zit daardoor heel veel spanning in het verhaal. Daarnaast is het echt genieten om mee te leven met Boutje en de andere personages. Boutje met zijn knutselhoofd die steeds weer iets nieuws en geks verzint. Zo leuk dat illustrator Rick de Haas die ideeën regelmatig als tekeningetje naast, boven of onder de tekst heeft geplaatst.
Een boek vol fantasie, maar ook met gevoelens zoals boosheid, eenzaamheid en over samenwerken en vriendschap. Want de barones krijgt veel voor elkaar met haar rijkdom, maar deze nieuwe vrienden met hun slimheid en vindingrijkheid.
Een rugzak vol – Pieter Koolwijk, met illustraties van Linde Faas
Vanaf een jaar of 9 is het genieten om in dit verhaal mee op reis te gaan met Obi, Babs, Saar én met Plant, Wolkje, Worm, Druppel, Vlam en Toeter. Wie?! Ja deze ‘wezentjes’ reizen met Obi mee in zijn rugzak. Ze hebben ook over allerlei situaties wel wat te vertellen en blijken in verbinding te staan met de gevoelens van Obi. Moet hij ieder wezentje op de juiste plek afleveren of horen ze bij hem?
De ouders van Obi zijn gescheiden. Als zijn ouders het s-woord gebruiken vindt Obi dat maar ongemakkelijk. Dan gaan ze meestal mopperen op de ander. Tijdens de reis gaat Obi van het huis van zijn vader naar het huis van zijn moeder. Volgens zijn vader een grote reis. Of is het grote Obi op reis? Obi vindt het in ieder geval best spannend. Tijdens zo’n reis kan er van alles mis gaan. Beren die op de weg gaan liggen. Slapende honden die wakker worden. Apen die uit mouwen komen’.
Dit stukje geeft gelijk aan hoe Pieter Koolwijk creatief en met een vleugje humor met taal omgaat. Hij schrijft ook heel levendig en beeldend. Soms zo dat je het bijna echt kunt voelen óf ruiken. Zo stinkt Wolkje bij een bepaald gevoel enorm in de rugzak! ‘Naar verrotte Finse vis die in een smerig riool drijft.’
Tussen zijn schuldgevoel, angst en verdriet, weet Pieter Koolwijk ook nog een spannend avontuur te verwerken rondom de daadwerkelijke reis. De illustraties van Linde Faas zijn werkelijk waar prachtig.
Waanzinnige weetjes over wonderlijke wezens – Fiona Fogg en Camilla de la Bedoyere (vertaling Margot Reesink)
Bomvol weetjes over bijzondere dieren, kleurrijke illustraties én informatie in stripvorm. Deze combinatie doet het goed bij veel kinderen! In dit boek kunnen kinderen lezen over de drievingerige luiaard die eruit ziet als een boom én hier naar ruikt (veilig om te verschuilen voor roofdieren), de kameleon die zijn ogen los van elkaar kan bewegen (waardoor ze twee kanten op kunnen kijken), de gordelmol die kan blozen, de pauwspin met prachtige kleuren om indruk te maken op vrouwtjes en over nog veel meer wonderlijke wezens.
Over ruim 20 dieren kunnen kinderen vreemde en indrukwekkende weetjes lezen. Op iedere dubbele pagina staat informatie bij kleurrijke illustraties én uitleg over een weetje in stripvorm. Doordat je over alle dieren los kunt lezen, kun je ook af en toe even een bladzijde lezen. Of vertel eens een bijzonder weetje aan de kinderen in de klas om ze nieuwsgierig te maken naar meer! Ook kun je de kinderen laten stemmen of een weetje waar of niet waar is. Genoeg mogelijkheden met dit toffe boek!
Met het hele team aan de slag met leesonderwijs?
Goed leesonderwijs maak je met alle teamleden samen. Een gerichte training is een effectief middel om samen, op eenduidige wijze te werken aan meer leesvaardigheid en leesplezier bij je leerlingen. RID kan hierbij helpen met bijvoorbeeld de teamtrainingen Effectief lees- en spelingonderwijs in de klas, Van leesfrustratie naar leesmotivatie, Feedback bij technisch lezen en spellen en Een goede leesstart in de onderbouw.