Is het zinvol om de DMT-toetsen ook nog in de hogere groepen te blijven afnemen?
Leesproblemen kunnen later ontstaan
Hoewel de leesontwikkeling van grote groepen leerlingen vrij voorspelbaar is, geldt dat niet voor elke individuele leerling. Uit een Finse studie bleek bijvoorbeeld dat ongeveer een kwart van de zwakke lezers in groep 4 aan het eind van de basisschool gemiddeld tot goed las. Dat is natuurlijk goed nieuws. Tegelijkertijd bleek ook dat een derde van de leerlingen die aan het eind van de basisschool zwak las, in groep 4 nog een gemiddeld of zelfs goed niveau had (Torppa et al., 2015). Met andere woorden: leesproblemen kunnen ook later ontstaan.
In praktijk betekenen deze late leesproblemen vaak dat leerlingen de letterkennis en het verklanken van korte woorden goed hebben opgepakt, maar vastlopen wanneer ze in aanraking komen met langere, meer complexe woorden en wanneer er een steeds hoger leestempo van hen wordt verwacht.
Belang van toetsen van losse woorden
Natuurlijk willen we ook leesproblemen die zich pas later manifesteren in beeld hebben, zodat we alle leerlingen passende ondersteuning kunnen bieden. Omdat lezen in het dagelijks leven meestal betekent dat je teksten leest, vraag je je misschien af waarom tekstleestoetsen, zoals de AVI-toetsen, dan niet volstaan. Is het echt nodig om ook losse woorden te blijven toetsen?
Het is goed je hierbij te realiseren dat het lezen van losse woorden en het lezen van teksten steeds meer twee verschillende vaardigheden worden naarmate leerlingen verder komen in hun taal- en leesontwikkeling. Bij het lezen van teksten spelen taalvaardigheid en wereldkennis namelijk een steeds grotere rol. Dit herken je vast wel. Leerlingen leunen op de context van het verhaal, begrijpen het verhaal en kunnen woorden daardoor niet alleen via verklanking of woordbeelden lezen, maar ook door voorspelling op basis van tekstbegrip.
Kortom, een leerling kan een tekst soms redelijk vlot lezen, terwijl het onderliggende technisch lezen in werkelijkheid nog betrekkelijk zwak is. Om die reden is het belangrijk om ook bij ogenschijnlijk goede lezers het lezen van losse woorden te blijven toetsen. Het is de meest pure vorm om de technisch leesvaardigheid te meten. Een leerling heeft niets anders dan de schrijfwijze van het woord om tot de uitspraak ervan te komen. Zonder context is het immers haast onmogelijk om een woord te raden. Wanneer je het technisch lezen van losse woorden bij alle leerlingen meet, kun je voorkomen dat kinderen met zwakke leesvaardigheden onopgemerkt blijven.
Ons advies
Met deze achterliggende uitleg rest de vraag wat je als leerkracht nu op school het beste kunt doen. Ons advies is het volgende:
- Meet ten minste één keer per jaar de woordleesvaardigheid van alle leerlingen. Neem hierin bij voorkeur zowel makkelijke als moeilijke woorden mee, ook voor de sterkere lezers.
- Test zwakkere lezers in ieder geval twee keer en eventueel zelfs drie of vier keer per jaar om de leesontwikkeling en effectiviteit van geboden leeshulp nauwkeurig te volgen en waar nodig zo snel mogelijk bij te stellen.
Bronvermelding
Lees meerTorppa, M., Eklund, K., Van Bergen, E., & Lyytinen, H. (2015). Late-emerging and resolving dyslexia: A follow-up study from age 3 to 14. Journal of Abnormal Child Psychology, 43, 1389-1401. https://doi.org/10.1007/s10802-015-0003-1
Heb jij onze publicaties al gelezen?
Vraag onze publicaties Leren lezen, Leren spellen en Leren rekenen nu gratis aan en verdiep je in de wetenschappelijke inzichten en praktische tips voor in de klas.