Referentieniveau 1S als signaal, niet als afrekening
Daarbij moet ik mezelf ook in de spiegel aankijken. Ik heb in dit soort gesprekken ook wel eens te hard op dat percentage gestuurd. Altijd vanuit de beste intenties: om het gesprek over onderwijskwaliteit te openen, om een stip op de horizon te zetten met ambitieuze doelen, om houvast te geven. Alleen, verder doorvragen is essentieel. Een laag percentage leerlingen dat uitstroomt op 1S is hooguit een signaal dat er iets nader onderzocht moet worden.
Waar helpt dat percentage dan voor?
Het kan aangeven dat er ergens in de opbouw of het aanbod iets schuurt, of dat de didactiek niet consistent genoeg is. Het helpt ook om hoge verwachtingen vast te houden. In sommige scholen wordt 1F bijna vanzelf het eindpunt voor alle leerlingen, terwijl voor veel leerlingen meer mogelijk is. 1S kan dan helpen om het gesprek te voeren over ambitie: wie kan verder komen, en wat vraagt dat van ons onderwijs?
Tegelijk vertelt dat percentage maar een deel van het verhaal. Je ziet niet waarom het zo uitpakt. Groei blijft vaak buiten beeld: leerlingen kunnen grote stappen zetten zonder dat ze meteen “1S gehaald” hebben. En de schoolrealiteit past al helemaal niet in één percentage: wisselingen, onrust, volle groepen, versnipperde afspraken. Dat zie je niet terug, terwijl het wel degelijk meespeelt.
“We merken dat 1S in gesprekken snel een kapstok wordt, en juist dan willen we met elkaar sneller kantelen. Niet blijven hangen in de vraag hoe we het percentage omhoog krijgen, maar eerst onderzoeken wat het beeld eigenlijk verklaart.”
Daarom zijn we hier in onze begeleiding ook bewuster mee bezig. We merken dat referentieniveau 1S in gesprekken snel een kapstok wordt, en juist dan willen we met elkaar sneller kantelen. Niet blijven hangen in de vraag hoe we het percentage omhoog krijgen, maar eerst onderzoeken wat het beeld eigenlijk verklaart. In de gesprekken stimuleren we scholen om breder te kijken dan alleen toetsdata en verder door te vragen: wat zien leraren terug in het dagelijks werk, welke onderdelen lopen structureel stroef en sinds wanneer, hoe is de opbouw in de leerlijn, en welke didactische afspraken zijn schoolbreed echt zichtbaar? Pas als dat scherper is, wordt het Referentiekader echt behulpzaam. Niet als afrekenlat, maar als gezamenlijke taal om verwachtingen te verduidelijken en keuzes in instructie, oefening en ambitie beter te onderbouwen.
Dat is ook precies waarom ik de waarschuwing uit dat artikel zo helpend vind: 1S is een meetlat. Prima. Maar zodra het een afrekengetal wordt, ga je sturen op uitkomst zonder het leerproces echt te begrijpen. En dan ben je vooral druk, zonder dat er in de klas genoeg verandert.
Bronvermelding
Lees meerBakker, A., Boels, L., Hickendorff, M., Jonker, V., van Luit, H., Veldhuis, M., & Willems, W. (2025). Reken het rekenonderwijs niet af op percentages leerlingen die 1S behalen. Volgens Bartjens Ontwikkeling en Onderzoek, 45(2), 41–51
Een voorbeeld van hoe wij scholen verder helpen
Frisse blik en begeleiding voor je team
Met OnderwijsKr8 ondersteunen wij schoolteams in verschillende duurzame trajecten. Wij begeleiden bijvoorbeeld verbetertrajecten, waarmee je school onder begeleiding van onze onderwijsexpert een stevige kwaliteitsimpuls aan het onderwijs kan geven. Daarbij stellen wij de juiste vragen om vanuit daar samen de meest passende keuzes te maken en stappen te nemen. Wil je meer weten over hoe wij je team hierbij kunnen ondersteunen? Neem gerust contact met ons op om vrijblijvend van gedachten te wisselen.