Projecten in samenwerking met RID

Van toegepaste (zorg)instellingen wordt verwacht dat er wetenschappelijk verantwoord gewerkt wordt en dat zij werken volgens de laatste wetenschappelijke inzichten, dit wordt ook wel ‘evidence based’ genoemd. Het gevaar daarbij is dat er soms (te) snel wordt gereageerd op nieuwe wetenschappelijke bevindingen, op een moment dat deze nog onvoldoende onderbouwd zijn. Binnen het RID hebben we de overtuiging dat voor een verdere professionalisering van onze zorg, wetenschappelijk toetsing van onze werkwijze, kennisuitwisseling en nader onderzoek gewenst is.

Ten aanzien van de samenwerking is er voor het RID ondersteuning bij complexe vraagstellingen of voor bijdragen op studiedagen/workshops. Vanuit de wetenschappelijke wereld komen vragen onze kant op door onze jarenlange praktijkervaring en de mogelijkheid toegang te hebben tot een gedegen gediagnosticeerde onderzoekspopulatie.

Projecten waaraan het RID momenteel meewerkt
Projecten waaraan het RID heeft meegewerkt
Downloads
Aanmelden

1. Onderzoek ‘Mindset en Motivatie’  (Vrije Universiteit Amsterdam)

Wat is mindset?

Er wordt steeds meer onderzoek gedaan naar mindset, en de rol hiervan bij het leren. Mindset heeft betrekking op de manier waarop kinderen denken over hun eigen kwaliteiten en vaardigheden.

Kinderen met een ‘vaste’ mindset geloven dat je persoonlijke eigenschappen of vaardigheden (bijvoorbeeld je intelligentie, of hoe goed je bent met lezen of rekenen) vast staan, iets waar je mee geboren wordt en waar je zelf weinig aan kunt veranderen.

Kinderen met een ‘groei’ mindset geloven dat ze zichzelf continu kunnen blijven ontwikkelen. Zij denken dat hun vaardigheden niet vast staan, maar kunnen blijven groeien door hard te werken en ervaring op te doen. Zij hebben dus wel het gevoel dat ze invloed kunnen uitoefenen op hun eigen cognitieve vaardigheden.

Mindset blijkt een sterke invloed te hebben op het leerproces: kinderen met een ‘groei’ mindset zijn vaak gemotiveerder om te leren, gaan sneller een uitdaging aan, vinden het minder erg om fouten te maken, en presteren uiteindelijk ook beter op school.

Ons onderzoek: Mindset en dyslexie

Naar de rol van mindset bij dyslexie is nog niet zoveel onderzoek gedaan. We denken echter dat het goed mogelijk is dat kinderen met dyslexie een andere mindset hebben dan kinderen zonder dyslexie. Zo hebben kinderen met dyslexie vaak faalervaringen opgedaan met leren, en hebben ze veel geoefend zonder gewenst resultaat. Daarnaast wordt vanuit de maatschappij vaak benadrukt dat dyslexie iets is wat je hebt, en dat je daar niks aan kunt veranderen. Daarmee kan een kind de indruk krijgen dat je kunt oefenen wat je wilt, maar dat je toch nooit goed kunt leren lezen. Dit kan veel invloed hebben op hun motivatie om te oefenen, ook tijdens een behandeltraject voor dyslexie.

Om te onderzoeken of deze aannames kloppen, willen we antwoord proberen te vinden op twee vragen:

  • Hebben kinderen met dyslexie vaker een vaste mindset dan kinderen zonder dyslexie?
  • Heeft deze mindset invloed op het succes van de behandeling?

Bij het onderzoek vullen ouders en kinderen een online vragenlijst in van ongeveer 10-15 minuten.

2. Project Leeswinst (Universiteit Maastricht) Bij dit onderzoek van de onderzoeksgroep van Milene Bonte wordt met behulp van gedragsmaten en hersenmaten gekeken naar de leesontwikkeling bij drie groepen kinderen: dyslec tische lezers (tijdens de behandeling), normale lezers en goede lezers. Door individuele veranderingen in hersenfuncties voor lezen te volgen in combinatie met aan lezen gerelateerde gedragsmaten, hopen we beter te leren begrijpen waarom sommige kinderen makkelijk en vloeiend leren lezen terwijl anderen hierbij voor een enorme uitdaging staan. Dit project zal grotendeels op de vestiging Maastricht plaatsvinden.

3. Project Interlearn (internationaal project in samenwerking met oa de universiteit van Maastricht, de universiteit van Londen, RID en IWAL) Dit is een groot, internationaal project, waar meerdere academische en niet-academische partijen aan meewerken. De onderwerpen van het project lopen uiteen, maar de focus van al deze projecten is gericht op hoe de omgeving van een kind zo goed mogelijk geoptimaliseerd kan worden om te kunnen leren. Het RID doet mee aan een project waarbij gekeken wordt hoe we individuele verschillen in de vooruitgang tijdens de behandeling kunnen verklaren en voorspellen. Met andere woorden, sommige kinderen gaan harder vooruit dan anderen, en we willen graag weten waarom. Het project omvat zowel een gedragsstudie als hersenonderzoek (EEG), en zal volgend jaar actief van start gaan.

4. Rekenproblemen bij kinderen met dyslexie (Universiteit van Maastricht en RID) Bij dit gezamenlijke project vanuit de universiteit van Maastricht en het RID wordt bij een groep kinderen met dyslexie ook een rekentaak en taken die getal inzicht meten afgenomen. Het doel is te onderzoeken in hoeverre kinderen met dyslexie naast leesproblemen ook rekenproblemen hebben, en wat de aard van die rekenproblemen is. Dit project vindt plaats op de vestigingen Den Bosch en Maastricht.

5. Oefengedrag ná afronding van de behandeling (Hogeschool Leiden, toegepaste psychologie)
Bij dit stageproject worden interviews afgenomen bij kinderen van het RID en hun ouders om erachter te komen wat het RID kan doen om het oefengedrag na afronding van de behandeling te stimuleren. Het oefenen met het RID materiaal nadat de behandeling is afgesloten is voor kinderen heel belangrijk om op niveau te blijven. Dit onderzoek wordt uitgevoerd vanuit de studierichting ‘toegepaste psychologie’ in Leiden en vindt plaats op de vestiging Amsterdam.

Gedragsstudies:

  • Voorschoolse at-risk kinderen

Bij dit project werden jongere broertjes en zusjes (uit groep 2) van cliënten van het RID zaten benaderd om mee te doen aan een voorschoolse training studie (graphogame). Deze kinderen werden geselecteerd omdat dyslexie erfelijk is, en broertjes en zusjes van een kind met dyslexie dus ook een verhoogde kans op dyslexie hebben. Er werd gekeken of de training studie latere problemen met lezen en spellen konden voorkomen of verminderen. Dit project werd uitgevoerd door de Universiteit van Maastricht en was een onderdeel van een internationaal Marie Curie Excellence project.

Willems, G., Poelmans, H., Richardson, U., Blomert, L. P. M., Verhoeven, L. T. W., & Wentink, W. M. J. (2008). Evaluatie van een voorschoolse training voor kinderen met een familiair risico voor dyslexie. Onderkenning en aanpak van leesproblemen en dyslexie, 99-116.

Blomert, L., & Willems, G. (2010). Is there a causal link from a phonological awareness deficit to reading failure in children at familial risk for dyslexia?. Dyslexia16(4), 300-317.

 

  • Cognitieve problemen bij kinderen met dyslexie

Bij deze projecten werd onderzocht welke cognitieve vaardigheden verstoord zijn bij kinderen met dyslexie, of er verschillende cognitieve profielen te onderscheiden zijn. Ook werd gekeken of dit anders is in verschillende talen. Hiervoor werden onder andere de gedragsdata van kinderen van het RID gebruikt.

Willems, G., Jansma, B., Blomert, L., & Vaessen, A. (2016). Cognitive and familial risk evidence converged: A data-driven identification of distinct and homogeneous subtypes within the heterogeneous sample of reading disabled children. Research in Developmental Disabilities, 53-54, 213-231. 10.1016/j.ridd.2015.12.018.

Vaessen, A., Gerretsen, P., & Blomert, L. (2009). Naming problems do not reflect a second independent core deficit in dyslexia: Double deficits explored. Journal of experimental child psychology103(2), 202-221.

Landerl, K., et al. (2013), Predictors of developmental dyslexia in European orthographies with varying complexity. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 54: 686–694. doi:10.1111/jcpp.12029

Vaessen, A., Gerretsen, P., & Ekkebus, M. (2013). Verschillende talen, verschillende soorten dyslexie? Tijdschrift voor Remedial Teaching, 3, 10-14.

 

  • Dyslexie behandeleffectiviteit

In deze papers werden de korte en lange termijn effecten van de RID behandeling onderzocht. Op de website van het RID staat ook een verkorte versie van de resultaten van 2014 (LINK WEERGEVEN).

Gerretsen, P., Vaessen, A., & Ekkebus, M. (2003). Het effect van een psycholinguïstische behandeling bij kinderen en volwassenen met dyslexie. Tijdschrift voor remedial teaching2, 4-11.

Vaessen, A., Gerretsen, P., & Ekkebus, M. (2014). Verbetering van leestempo bij (zeer) ernstige dyslexie met een computerondersteunde, fonologisch gebaseerde behandeling: korte en lange termijn effecten. Stem-, Spraak-en Taalpathologie19.

 

  • Hersenonderzoek

Tijdens deze onderzoeken van de universiteit van Maastricht werd gekeken naar welke hersengebieden minder efficiënt werken bij kinderen en volwassenen met dyslexie. Kinderen en volwassenen van het RID deden hieraan mee door taakjes uit te voeren terwijl hun hersenactiviteit werd gemeten in de scanner (functionele MRI) of met behulp van een kapje met electrodes (EEG).

Blau, V., van Atteveldt, N., Ekkebus, M., Goebel, R., & Blomert, L. (2009). Reduced neural integration of letters and speech sounds links phonological and reading deficits in adult dyslexia. Current Biology19(6), 503-508.

Blau, V., Reithler, J., van Atteveldt, N., Seitz, J., Gerretsen, P., Goebel, R., & Blomert, L. (2010). Deviant processing of letters and speech sounds as proximate cause of reading failure: a functional magnetic resonance imaging study of dyslexic children. Brain133(3), 868-879.

Froyen, D., Willems, G., & Blomert, L. (2011). Evidence for a specific cross‐modal association deficit in dyslexia: an electrophysiological study of letter–speech sound processing. Developmental science14(4), 635-648.

 

  •  Genetisch onderzoek

In een Europees project werd gekeken naar de neurocognitieve en genetische oorzaken van dyslexie in verschillende landen. Uit dit project kwam een genetisch paper voort (naast degedragspaper van Landerl en collega’s die al bij ‘gedragsstudies’ werd genoemd):

Becker, J., Czamara, D., Scerri, T. S., Ramus, F., Csépe, V., Talcott, J. B., … & Honbolygó, F. (2013). Genetic analysis of dyslexia candidate genes in the European cross-linguistic NeuroDyscohort. European Journal of Human Genetics.

 

  • Kosteneffectiviteit

In dit project werd gekeken naar de kosten effectiviteit van een dyslexie behandeling. Met andere woorden, de kosten van een dyslexie behandeling werden afgezet tegen de voordelen die het oplevert voor de maatschappij door de levenskwaliteit van een kind of volwassene met dyslexie te verbeteren.

Hakkaart‐van Roijen, L., Goettsch, W. G., Ekkebus, M., Gerretsen, P., & Stolk, E. A. (2011). The cost‐effectiveness of an intensive treatment protocol for severe dyslexia in children. Dyslexia17(3), 256-267.

Aanmelden
Lees verder
RID kennisblog
Video: Wat is dyslexie?

Wat is dyslexie? In deze video wordt duidelijk uitgelegd wat dyslexie precies is. Wat zijn de kenmerken van dyslexie, wat is de oorzaak en hoe kun je dyslexie behandelen?

Tips om te blijven oefenen in de vakantie!

Om het leesniveau op peil te houden is het verstandig om in de vakantie ook te oefenen. Met deze tips gaat dat zeker lukken!